Vergeven – Nooit vergeten 4

In de laatste week van april 1945 moesten wij, die nog waren overgebleven, met spoed op transport, want de Britten waren in aantocht, dus werden wij weer in veewagons (beestenwagons) gesmeten. Wij zijn toen via Neuengamme, waar ook gevangenen werden ingeladen, naar Lübeck gegaan waar wij in de Lübecker-bocht op diverse schepen die daar lagen, gegooid of gesmeten werden met de nodige klappen erbij.

Ik heb op Thielbeck gezeten samen met de heer van den Berg, ook een Puttenaar. Dit was de 3e keer dat ik hem tegenkwam: eerst in Husum, daarna in Neuengamme in de keuken en toen weer op de boot in de Lübecker-bocht.

Diverse schepen zijn de haven uitgevaren en tot zinken gebracht. Volgens de Duitsers door de geallieerde luchtmacht, volgens wat ik gezien heb, door de Duitse luchtmacht, want als er een schip de haven uitvoer, dan zag je steeds dat er een grote Spido-boot met twee man aan boord mee uit voer en later zag je dezelfde boot weer terugkomen met zo’n 12 man aan boord, is dit dan niet verdacht?!

Ook de Thielbeck waar wij op zaten, kreeg een voltreffer, zeer weinigen hebben dit overleefd. Slechts enkelen zijn door het Zweedse Rode Kruis uit het water of vanaf de kant gered, hoe het precies gegaan is, kan ik mij niet meer herinneren. Wel weet ik dat toen ik mijn ogen opende, geen militairen meer zag, alleen mensen met een Rode Kruisband om de arm, dus wij waren Godzijdank echt gered, ook de heer van den Berg was gered.

Toen wij later hoorden dat wij naar Zweden gingen was, de blijdschap nog groter. Toen wij in Zweden aankwamen, werden wij direct naar een ziekenhuis in het plaatsje Trelleborg gebracht om daar weer op krachten te komen. Ik woog toen nog maar 30 kg en ik was toen 19 jaar, in het begin werden wij met hele kleine beetjes gevoerd, want als het te snel zou gaan, dan overleefde je het ook niet, dus het moest rustig aan opgevoerd worden. Ze hebben ons daar goed verwend.

Na vier of vijf weken werden wij naar een herstellingsoord of opvanghuis gebracht om verder aan te sterken, het plaatsje heette Rødsbrøn, ongeveer 25 of 30 km vanaf Trelleborg. Eind augustus, begin september 1945 zijn wij allemaal afgeladen met koffers volgepropt met kleding naar Nederland vertrokken. Toen was mijn gewicht weer zo’n 65 kg. Toen ik in Putten arriveerde en weer thuis kwam, zag ik dat alles nog bij het oude was, dus ik was dolgelukkig.

Vele dagen nadat ik was thuisgekomen heb ik vele vragen met nee en sommige met ja moeten beantwoorden, dat was voor mij een hele zware tijd. Dit ging zover dat ik voor leugenaar werd uitgemaakt, want een andere teruggekeerde die al eerder thuis was, had degene die ik zei dat hij was overleden, nog in een ander kamp gezien. Vanaf dat moment ben ik dichtgeklapt en liet mij toen ook aan niemand meer zien, dit hoefde voor mij niet meer.

Wel ben ik nog diverse keren bij van den Berg geweest, wij hebben veel gepraat over alles wat wij hadden meegemaakt.

Op een goede dag lag er een brief binnen van het Ministerie van Oorlog voor de keuring van mijn militaire dienstplicht, ik dacht eerst: die zijn gek geworden, maar ik ben voor de keuring geweest en werd prompt goedgekeurd, alleen had ik 2 verdroogde longtoppen.

“Och, dat gaat wel over in de warmte”, zei de arts die mij keurde, maar tot op heden loop ik er nog mee. Wij hebben alles geprobeerd om van deze dienstplicht af te komen door middel van rekesten, maar ik zat al op de boot naar Nederlands-Indië toen er in Port Said gebunkerd moest worden, en er een telegram van het Ministerie van Oorlog voor mij was met de mededeling: “Rekest afgewezen, veel succes”, dus daar kon ik het mee doen.

<< | vorige | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | volgende | >>